Uit bodemkundig onderzoek is gebleken,
dat na een inleidende veengroei van riet en zeggeveen er een groot
veengebied, bestaande uit veenmos, heide en wollegras, ontstaan was
waaruit Wieringen als een droog eiland omhoog stak. Deze hoge gedeelten
temidden van water en moerasstruiken, moeten zeer goed bewoonbaar
zijn geweest en waren rijk aan natuurlijke voedingsbronnen.
bron:gem. Wieringen