|
Welkom
in Veenhuizen
Veenhuizen dankt zijn bestaan aan de bouw van drie grote gestichten
voor bedelaars, landlopers en wezen in het jaar 1823. De Maatschappij
van Weldadigheid wil de armen met arbeid heropvoeden. Aanvankelijk
biedt men arme gezinnen uit de grote steden de gelegenheid vrijwillig
naar Drenthe te komen en zich daar in koloniën te vestigen.
Als boer kunnen zij een nieuw bestaan opbouwen. Plaatsen als
Frederiksoord en Wilhelminaoord zijn daar een voorbeeld van.
Maar omdat niet iedereen uit vrije wil weg wil, bouwt de Maatschappij
in Ommerschans en Veenhuizen grote vierkante dwanggestichten.
Ieder
gebouw levert onderdak aan gemiddeld 1200 gevangenen of verpleegden,
zoals ze dan nog worden genoemd. Ze worden ondergebracht in
slaapzalen van 80 mensen, die overdag worden omgebouwd tot werk-
en eetzalen
In 1859 neemt de rijksoverheid de gestichten over en maakt er
in de jaren zeventig van de negentiende eeuw rijkswerkinrichtingen
van. Justitie bouwt rond 1900 vervolgens twee nieuwe gevangenissen,
ontworpen door vader en zoon Metzelaar: Norgerhaven en Esserheem.
Daaromheen wordt een heel dorp aangelegd, althans twee dorpen,
Veenhuizen 1 en Veenhuizen 2.
Het grootste gebouw, nu Klein Soestdijk geheten, is voor de
hoofddirecteur. De rijtjeswoningen, met spreuken als "Werk
en Bid" en "Huis en Haard" op de muren, zijn
voor het bewakend personeel.
n de jaren zeventig van de twintigste eeuw wordt een deel van
de woningen ontruimd als zwaargestraften in Norgerhaven en Esserheem
worden ondergebracht. In het bos bij het dorp is nog een gevangenis
gevestigd:Bankenbosch.
Tussen
Veenhuizen ërveen.
|