Het esdorpje wordt omringd door
Peize in het noorden, Eelde in het oosten en Bunne, Donderen
en Vries (het kerspel waartoe het vroeger behoorde) in het
zuiden. Aan de westkant lag vroeger het uitgestrekte Bunnerveen
dat in de zestiger jaren van de twintigste eeuw grootschalig
is ontgonnen. Winde ligt op een hogere zandopduiking, die
tot 4 meter boven de omringende madelanden van het Eelderdiep
uitsteekt.
Winde is een klein streekdorpje
met veel boerderijen en zonder voorzieningen. Het wordt van
het naburige Bunne gescheiden door de bovenloop van het Eelderdiep.
De bebouwing van het dorp sluit aan op die van Bunne, waardoor
in de volksmond ook wel van Bunne-Winde wordt gesproken. De
hoofdweg is een met eiken beplante klinkerweg. Aan de Peizerweg
12 richting Bunne staat een huisje dat vroeger dienstdeed
als tolhuis.
Het dorpje wordt voor het eerst
genoemd in 1338 als 'de Winde' (in 1487 als 'Wynde') en is
na het begin van de 19e eeuw nauwelijks meer veranderd. De
naam komt van het werkwoord 'wenden' en verwijst naar een
bocht (wending) die de Winderloop (een zijtak van het Eelderdiep)
hier maakt naar het oosten.