Welkom
in Kootstertille
Van oorsprong was Kooten een boerendorp
(Kooten is afgeleid van Cottum dat weer komt van keuterboeren,
ofwel "de koters"). Doordat in 1571 de Spaanse
officier en stadhouder Caspar di Robles de opdracht
gaf tot het graven van het Kolonelsdiep, sinds 1945
Prinses Margrietkanaal genaamd, kwamen zich meer mensen
vestigen in de omgeving van de brug over dit kanaal.
Deze nederzetting kreeg de naam Kootstertille, in het
spraakgebruik "De Tille" genoemd (Tille is
de Friese benaming voor hoge brug). Vooral rond de eeuwwisseling
verrezen hier o.a. enkele oliemolens, een jeneverstokerij
en een scheepstimmerwerf; een pril begin van industrialisatie
dus.
Eind jaren dertig
werd het kanaal om het dorp heengeleid, waardoor in
de vorm van een doodlopende arm een haven ontstond,
waard diverse bedrijven gebruik van maakten. Dit had
tot gevolg dat "De Tille" het dorp Kooten
ging overvleugelen en daarom is in 1959 de dorpsnaam
Kooten opgegaan in Kootstertille. Als gevolg van een
wijziging van het industrialisatiebeleid van het Rijk
werd Kootstertille aangewezen tot ontwikkelingskern.
De ligging aan het grootscheepsvaarwater bleek een belangrijke
vestigingsfactor te zijn. Er vestigden zich sindsdien
verschillende middelgrote bedrijven. Deze industrialisatie
heeft voor de ontwikkeling van Kootstertille belangrijke
gevolgen gehad. Toen de groei op gang kwam, maakte het
dorp al spoedig een "overstapje naar de overkant"
van de Alde Dyk. Inmiddels is hier een vrij grote wijk
verrezen.
|