De bannerij van Baer, ligt ten oosten
van de IJssel in de Liemers. De eerste adellijke heren van
Baer noemen zich oorspronkelijk Van Rheden. Ook de heren van
Heerde (Heerdt, Herde) en van Lathum (Latem, Lathem) zijn
nauw verwant aan deze familie. In het aloude rijmpje over
de bannerheren figureren de heren van Baer als oudste geslacht.
De namen Frederik en Gerard die veelvuldig in de familie voorkomen
doen denken aan afstamming van Gerhard (III) "Mosellanus"
en zijn Luxemburgse vrouw. Misschien dat daarom de meeste
heren van Baer "Frederik" heten. Het verklaart hun
oude afkomst, maar zeker is dit allerminst en bewijzen voor
deze theorie zijn er niet.
Het geslacht Van Baer stamt af van het
geslacht Van Rheden. Het Bahrse gebied behoorde in de 12e
en 13e eeuw dan ook tot het kerspel Rheden en omvatte een
groot deel van de oostrand van de Veluwe, inclusief Velp,
Westervoort, Driel en Oosterbeek. Akten uit 1342 vertellen
dat de heerschappij over Velp, Oosterbeek en Driel zijn verkocht
aan hertog Reinoud II van Gelre, waardoor van de heerschappij
van het geslacht Van Baar niets anders is overgebleven dan
het gebied van Bahr en Lathum. In 1544 wordt Bahr (Baar) omschreven
als een 'huyssinge' ende hofstadt (erf), gelegen aan de 'Ysselle'
(IJssel).