De naam verwijst naar de voormalige brug over het
Boterdiep. Bij de stad Groningen waren twee bruggen met de naam Hoogebrug
aanwezig, vandaar de toevoeging Noorder. De andere Hoogebrug lag over
het Damsterdiep en de plaats eromheen wordt Oosterhoogebrug genoemd.
De brug werd hoog genoemd, omdat deze vaste brug boven de weg uitstak
en er zo met gemak schepen onderdoor konden varen.
De bebouwing van de stad Groningen komt vrijwel aan die van Noorderhoogebrug.
Het dorp bezit een grote korenmolen, de Wilhelmina.
Het dorp maakte ooit deel uit van de gemeente Noorddijk. De gemeente
was hier bijzonder smal — slechts zo'n 20 m Noorddijker grond
lag er op het smalste punt tussen de toenmalige gemeenten Groningen
en Bedum. Het café Stad en Lande stond zelfs op de gemeentegrens.
De woonkamer was is Groningen, terwijl de gelagkamer zich in Noorddijk
bevond.
Dat Noorderhoogebrug deel uitmaakte van Noorddijk is overigens maar
ten dele waar. De Molenstreek en omgeving behoorde tot Noorddijk.
De rest van Noorderhoogebrug (Groningerweg en Wolddijk) behoorde
tot aan de annexatie door de Gemeente Groningen tot de Gemeente
Bedum .