Zevenhuizen (Gronings: Zeuvenhusen) is een dorp in de gemeente Leek
in de provincie Groningen in Nederland.
De
naam Zevenhuizen doet niet direct denken aan een groot dorp, maar
inmiddels is het aantal huizen groter dan de zeven die in de naam
voorkomen.
Zevenhuizen
is nog jong. Eeuwen was er van een dorp geen sprake, slechts van
een woest hoogveengebied. Dit veen werd aanvankelijk in het verlengde
van de landerijen van Vredewold (met Tolbert als hoofdplaats) door
de boeren op kleine schaal afgegraven en ontgonnen.
Na de vestiging van de Van Ewsums op Nienoord werd de vervening
grootschalig aangepakt. Aan de talrijke kanalen (wijken) van Zevenhuizen
is het patroon van een veenkolonie duidelijk te herkennen. Langs
deze kanalen hebben de zandwegen gelegen, die inmiddels zijn geasfalteerd.
Een grote veenbrand, als gevolg van boekweitbranden op 11 juni 1833,
verwoestte een belangrijk deel van het veen tussen De Wilp en Leek
en daarmee grotendeels ook Zevenhuizen.
Het oorspronkelijke dorp Zevenhuizen lag richting Oude Streek. Na
de brand is het dorp rond de afslag Everstwijk opgebouwd. De door
de brand werkloos geworden veenarbeiders konden aan de slag bij
de aanleg van het zogenoemde Commissiebos, toen 47 ha groot, dat
later weer gerooid is om plaats te maken voor cultuurgrond. De geschiedenis
van het Commissiebos is in de straatnaam bewaard gebleven. Bij de
brand kwamen vier personen om, gingen ruim 60 huizen in vlammen
op en werd 1.167.000 ton turf vernietigd.
Zevenhuizen werd in 1835 kerkdorp; de (Hervormde) kerk werd in dat
jaar opgebouwd, de torenspits werd er drie jaar later opgezet en
de klok is overgenomen van de Friese gemeente Oudeschoot.
Rond 1850 stonden er in Zevenhuizen al 430 huizen en waren er 2600
inwoners. In 1893 werd - naar men toen zei - Zevenhuizen uit haar
isolement verlost, door de aanleg van de verharde weg Leek-Zevenhuizen.