Reek is een dorp in het noorden van Noord-Brabant tussen
Schaijk en Grave, in de gemeente Landerd.
Reek is ontstaan in de Middeleeuwen. Het behoorde tot het Land van Herpen,
later Land van Ravenstein. Het viel onder de parochie en later de gemeente
Velp; wel had het een eigen kapel, in elk geval in 1455.
In 1800 werd Reek een zelfstandige gemeente, met de gehuchten Driehuis,
Duifhuis, Straat en Hoefkens. De oppervlakte was 1280 hectare; het aantal
inwoners groeide van ongeveer 700 naar ongeveer 1000 (1942).
Zoals in
zo veel gemeenten tussen Maas en Peel was het boerenbestaan in Reek niet
eenvoudig. De vruchtbare grond langs de Maas overstroomde
elke winter, soms voor maanden, en kon daarom alleen als weidegrond gebruikt
worden; bovendien eisten de overstromingen geregeld mensenlevens (zie
Beerse Overlaat). De hogere grond bestond uit heide (hoogveen) die eigenlijk
alleen voor schapen en het steken van turf bruikbaar was. De aanleg van
de rijksstraatweg 's-Hertogenbosch-Nijmegen trok enige industrie aan,
maar het dorp heeft haar landelijk karakter behouden.
Wegens het geringe
aantal inwoners werden in de 19e eeuw verscheidene pogingen gedaan de
gemeente weer op te heffen. Dit gebeurde uiteindelijk
op 16 juli 1942, onder de Duitse bezetting. Grave kreeg het gebied de
Bergen, het Duifhuis ging voor het grootste gedeelte naar Zeeland en
het overige maakte voortaan deel uit van Schaijk.