Welkom
in Ommerschans
De Ommerschans is een vestingwerk
welke gebouwd is omstreeks 1625 om de noordelijke Nederlanden
te verdedigen tegen plunderende troepen uit het zuiden. Rond
1650 wordt zij verder versterkt.
De schans maakt deel uit van een hele linie van
verdedigingswerken zoals: De Lichtmis, Coevorden, Boertange
en Bellingwolde. De laatste drie werken werden gebouwd door
Groningen als verdedigingswerken in het oosten van het land.
Het grensgebied tussen Overijssel en Drenthe bestond in de 17e
eeuw voornamelijk uit een moerassig veengebied. De Ommerschans
lag langs een zomerweg die door dit gebied liep van Ommen naar
Zuidwolde via Oud Avereest, een plaats waar de rivier de Reest
gemakkelijk overgestoken kon worden.
De Schans is diverse malen veroverd en heroverd. Begin 1800
verliest zij haar militaire betekenis en wordt er een bedelaarskolonie
gesticht door de Maatschappij van Weldadigheid welke het terrein
in bruikleen krijgt. Deze kolonie en de wantoestanden die daar
heersten worden uitgebreid beschreven in het dagboek van Jacob
van Lennep die er in 1823 tijdens zijn voettocht door Nederland
samen met studievriend Dirk van Hogendorp op bezoek ging. In
1890 wordt de bedelaarskolonie opgeheven. Vanaf 1894 worden
de landerijen gebruikt door het iets noordelijkere gelegen opvoedingsgesticht
voor jongeren Veldzicht. Tegenwoordig staat er op de plaats
van het opvoedingsgesticht de TBS-kliniek Veldzicht
Van de oorspronkelijke Ommerschans is weinig meer overgebleven
dan een deel van de omgrachting. |